Ik heb mijn website opnieuw gebouwd. Het lastigste was wat ik niet zag.

Drie weken geleden verhuisde ik deze site van Framer naar iets dat helemaal van mij is. Hij ziet er bijna hetzelfde uit. Dat was ook de bedoeling. Wat ik niet had verwacht: hoeveel van een website leeft op plekken waar je nooit kijkt.

Eerst het waarom, want dat was geen groots visioen. Het was een abonnement. Ik betaalde elke maand voor een tool die ik vooral gebruikte om een jaartal in een footer aan te passen. En na het bouwen van SkillHub eerder dit jaar wist ik iets wat ik daarvoor niet wist: dit kan ik zelf.

Dus deed ik het. Een Astro-site, gehost op Netlify. Elke pagina, elk woord, elke overgang staat nu in een map op mijn laptop. Ik push naar main, en een minuut later staat het live. Geen editor, geen abonnement, geen lock-in.

Hetzelfde, maar van mij

Mijn enige regel: bezoekers mochten niks merken. Dezelfde typografie, één-op-één gelijk aan Framer — 16px body, dezelfde breakpoints. Dezelfde kleuren. Dezelfde structuur, in het Engels en het Nederlands.

Daarna gunde ik mezelf een paar upgrades. Een dark mode in de kleuren van mijn oude thema. Content die rustig verschijnt terwijl je scrolt. Kalme paginaovergangen, zodat wisselen van pagina voelt als omslaan in plaats van laden. En mijn artikelen staan nu op de homepage, want meer schrijven is de helft van de reden dat ik een eigen site wilde.

Dat deel was leuk. Dat is het deel dat je ziet.

Het deel dat je niet ziet

Hier blijf ik over nadenken. Een website is misschien 20% wat je ziet en 80% wat je niet ziet.

DNS-records. Mijn mail loopt via hetzelfde domein, dus één verkeerde wijziging en mijn inbox wordt stil. Er is een subdomein dat naar een oud portfolio op Tumblr wijst. Een verificatierecord voor Google. Eén voor mijn Bluesky-handle. Niets daarvan staat in een designbestand, en alles moet de verhuizing overleven.

Redirects. Elke oude Framer-URL moest blijven werken, want ergens heeft een recruiter een link in een bladwijzer of een mail. Elke variant van het domein komt nu uit op hetzelfde adres, met behoud van het pad.

En vanavond vond ik degene die ik had gemist.

Analytics. Framer had Google Analytics ergens in de instellingen staan, en daar heb ik nooit meer aan gedacht. Mijn nieuwe site ging live zonder. Tweeënhalve week had ik geen idee wie er langskwam. Precies in de weken dat ik mijn werk meer deelde dan ooit.

Het fixen kostte twintig minuten. Maar het was bijna drie weken onzichtbaar — en dat is precies het probleem.

Wat een platform stilletjes voor je doet

Van een platform af gaan draait niet echt om pagina’s opnieuw bouwen. Het draait om ontdekken welke beslissingen het platform namens jou nam. Hosting. Certificaten. Tracking. Sitemaps. Formulieren. Elk daarvan was een vinkje dat iemand anders zette. Nu zijn ze van mij.

Ik zie hetzelfde steeds in productteams. We focussen op de interface, want daar zit de feedback. Maar de ervaring draait op het leidingwerk eronder. Als het werkt, bedankt niemand je. Als het stukgaat, vertelt niemand het je — de cijfers stoppen gewoon, stilletjes.

Plan je een migratie — van een website, een product, een design system? Mijn advies is saai en het werkt: maak een inventaris van de onzichtbare dingen voordat je verhuist. Wat wordt er gemeten? Wat wordt er doorgestuurd? Wat verstuurt mail? Wat hangt vast aan iets dat je allang vergeten bent? Check daarna elk punt aan de andere kant.

Waarom ik blij ben dat ik het toch deed

Ik betaal geen maandbedrag meer om een footer aan te passen. Ik ben eigenaar van de code, de content en de data. En als ik iets wil proberen — een nieuwe layout, een kleine interactie, een pagina die niet in een template past — dan probeer ik het gewoon.

Maar de echte winst zit ergens anders. Ik begrijp mijn eigen website nu. Niet alleen hoe hij eruitziet, maar hoe hij werkt. Elk onderdeel.

Als designer is dat een vreemd en goed gevoel. De afstand tussen wat ik ontwerp en wat er live staat is heel klein geworden. Soms is het gewoon ik, een terminal en een commit message.

De site staat live. De analytics zijn terug. En ik heb een checklist voor de volgende keer.